Grondwerk
 

Naast "Dressuur aan de lange teugel" zijn er uiteraard nog diverse andere grondwerk technieken. Hierbij valt te denken aan:

Los werken of vrij werken
Deze techniek is gericht op het met lichaamstaal en positie communiceren met een paard. Hierbij wordt gewerkt vanuit de leiderschapspositie ten opzichte van het paard, waarbij aspecten als: wijken voor druk, volgen en join up worden getraind/bereikt. Deze techniek is niet zozeer bedoeld om het paard te trainen in correcte beweging of gymnastisering. Neemt niet weg dat het een bijzonder belangrijke grondwerk techniek is die een basis is voor het goed omgaan met een paard.
 
Longeren (zonder hulpmiddelen)
Deze techniek is vooral gericht op een stukje gehoorzaamheid (stemcommando's, wijken voor druk) en enkelzijdige correcte beweging /gymnastisering (simpelweg linksom of rechsom op de volte) van een paard. Aangezien het paard volledig vrij is om zijn eigen stelling te kiezen kan het gemakkelijk over de schouder wegvallen, onvoldoende inbuigen of onvoldoende ondertreden. Uitsluitend de zeer bedrevenen in het longeren zullen deze valkuilen of complicaties kunnen voorkomen. Toch is longeren ook voor de minder bedrevenen wel degelijk een goede grondwerk techniek. Bijvoorbeeld bij het opleiden van een jong paard, of bij het trainen van gehoorzaamheid en in zekere mate bij het gymnastiseren en los maken van het paard.

 

Werken aan de dubbele longe

Een uitgebreidere vorm van longeren is het longeren met een dubbele longe. In de praktijk worden hiervan diverse varianten toegepast. Zo zijn er varianten waarbij het paard met bijzetteugels of hulptouwtjes wordt vastgezet aan een longeersingel of aan het zadel, waarna vervolgens vaak nog met een enkele longe wordt gelongeerd (strikt genomen is dit dus eigenlijk een variant tussen het longeren met een enkele of dubbele longe). Ook zijn er varianten waarbij gelijktijdig op de mond (via het bit) of op de neus (bijv. kaptoom) alsmede de achterhand van het paard wordt ingewerkt, door een gecombineerde lijn naar bit en achterhand.
De variant die mijn persoonlijke voorkeur geniet is die waarbij het paard vanaf elke bitring een aparte longe heeft. Deze longe gaat vervolgens door een aparte ring van een longeersingel naar de hand van de ruiter. Door te variëren met de ring op de longeersingel en door te variëren met het al dan niet dubbel (door middel van een V) bevestigen van de longe aan het bit, kan een variërende inwerking worden verkregen. Doordat met de dubbele longe zowel op de binnen- als de buitenhand van het paard kan worden ingewerkt, is deze methode ook geschikt voor het gymnastiseren van het paard. Ook kan deze methode worden toegepast op de rechte lijnen waardoor zelfs zijgangen en overige gevorderde oefeningen mogelijk zijn.

 

Al deze technieken kunnen aan de orde komen of kan op terug gevallen worden bij het trainen aan de lange teugel. Enerzijds omdat deze overige technieken directer één bepaald onderdeel/aspect verbeteren, zoals bijvoorbeeld bij het vrij werken je (leiderschaps-)positie ten opzichte van het paard of anderzijds als variatie in de training.

Bij de lessen in "Dressuur aan de lange teugel" is het dan ook mogelijk specifiek in één van deze grondwerk technieken instructies te krijgen. Ook kan bij de lessen in "Dressuur aan de lange teugel" juist geadviseerd worden één van deze grondwerktechnieken te gaan toepassen.